CPB: Armoede neemt in 2024 toe

DEN HAAG - De armoede neemt volgend jaar toe, doordat een aantal steunmaatregelen voor huishoudens met de laagste inkomens wegvalt. Dat voorspelt het Centraal Planbureau (CPB) bij zijn nieuwe raming. Waar dit jaar zo'n 800.000 mensen onder de armoedegrens vallen, zullen dat er in 2024 bijna 1 miljoen zijn. Waaronder 230.000 kinderen.

Het CPB wijst erop dat de overheid een toename van de armoede in 2022 en dit jaar heeft voorkomen. Maar voor een deel is dat te danken aan regelingen die tijdelijk zijn, zoals energiesteun via toeslagen en een prijsplafond voor gas en licht. Zonder extra beleid haalt het kabinet bepaalde doelen dan ook niet. Dan gaat het bijvoorbeeld om de halvering van kinderarmoede in 2025 en algemene armoede in 2030.

Tegelijkertijd blijft de koopkracht, dus hoeveel je van je inkomen daadwerkelijk kunt kopen, dit jaar in doorsnee gelijk met die van 2022. Volgend jaar stijgt de gemiddelde koopkracht zelfs met 2 procent, verwacht het CPB. Dat komt doordat de lonen dan harder zullen stijgen dan de prijzen. Maar de persoonlijke financiën van Nederlanders herstellen in doorsnee niet volledig van de extreem hoge inflatie van 2022. Uitgesmeerd over de periode van 2021 tot en met 2024 zal de koopkracht nog altijd dalen.

Maar het CPB waarschuwt dat een plotselinge omslag op de energiemarkten voor minder gunstige koopkrachtplaatjes kan zorgen. De angst voor lege gasopslagen, die de prijzen voor aardgas tot recordhoogtes dreef, is nu weg dankzij de relatief milde winter. Maar als eind 2023 ineens streng winterweer toeslaat, kunnen de prijzen toch weer stijgen en daalt de koopkracht in doorsnee.

Het begrotingstekort loopt tegelijkertijd hard op door alle steunmaatregelen. Zo raamt het CPB de kosten voor het prijsplafond voor energie nu op 5,1 miljard euro. Waar het kabinet vorig jaar nog iets minder uitgaf dan dat er binnenkwam, komt het tekort dit jaar uit op 3% van het bruto binnenlands product. "Dat pleit voor veel gerichtere steun dan nu het geval is", aldus CPB-directeur Pieter Hasekamp.

 

Bron: ANP

Laatste nieuws